Travelo Travelo

Steden

Petra

Door de woestijn opgeslokt archeologisch wonder.

Petra Al Khazneh

Even was Petra het paradijs, het middelpunt van de regio

Aan het eind van een smalle Indiana Jones-achtige kloof in Jordanië wacht een van de zeven wereldwonderen. Een door de woestijn opgeslokte stad waar het tweeduizend jaar geleden krioelde van de handelaren, pelgrims en bedoeïenen. En nog steeds slaat geen toerist die naar Jordanië reist Petra over.

Van dorre kloof naar groene oase

We gaan bijna 2500 jaar terug in de tijd, want bewijs bestaat dat nomadische arabieren, de Nabateeërs, zich toen al in deze vallei vestigden. In de genadeloze woestijn zoeken de bedoeïenen rond 400 v.Chr. beschutting tussen de rotsen. Hun huizen hakken ze uit het zandsteen, goed beschermd tegen de zon overdag en de woestijnkou in de nacht.

Een flinke worsteling hebben de Nabateeërs met de plotselinge grote hoeveelheid regenwater dat ‘s winters valt in de regio. De kloven waarin zij leven zijn ontstaan door water dat zich eeuwenlang een weg door de rots sleep. Met ingenieuze, uit steen gebikte waterwegen weet het volk het regenwater te bedwingen, te bewaren (in bassins) en richting hun akkers te leiden. Langzaam bouwen de Nabateeërs zo een bestaan op. Het dorre rode land verandert in een groene oase, de stad Petra.

De Siq-kloof die uitkomt bij de Al-Khazneh-tempel. Links overblijfselen van de waterwegen die de Nabateeërs aanlegden.

In de eeuwen erna (van 200 v.Chr. tot 100 n.Chr.) bloeit Petra volledig op. Door de gunstige ligging – enigszins verstopt tussen de rotsen – blijkt de stad goed beschermd tegen vijanden. Belangrijker nog: Petra ligt op een handelskruispunt in de regio. Vanuit alle windstreken komen pelgrims en handelaren met hun karavanen langs deze stad. Het heffen van belastingen voor toegang tot de handelsroute maakt de stad schatrijk.

Op het hoogtepunt, ergens tussen het jaar 0 en 100, heeft de stad zo’n 30.000 inwoners. Voor een groot deel volk van buiten de regio dat blijft hangen. Egyptenaren, Syriërs, Joden, Grieken en Romeinen, allemaal nemen ze invloeden uit hun eigen streek mee. De badhuizen en tuinen puilen uit, karren met voedsel en koopwaar hobbelen door de steeds drukkere, smalle kloofstraten, langs meer en meer tempels, tombes en kerken. De herkenbare Al-Khazneh-tempel is dan net af. Voor gelukzoekers is Petra het paradijs.

In het jaar 106 nemen de Romeinen, die hun rijk al hadden uitgebreid tot aan de rand van het gebied rond Petra, de stad over. Zij houden de handelsstad op de been en bouwen een indrukwekkend amfitheater, maar de aftakeling zet mede door enkele aardbevingen in. Handelsroutes drogen op door de opkomst van zeevaart over de Rode Zee. En in het daaropvolgende islamitische tijdperk zakt Petra langzaam weg in de vergetelheid. De woestijn van Jordanië neemt de stad weer over, tot een Zwitser in 1812 Petra herontdekt.

De Al-Khazneh-tempel, ook wel De schatkamer van de Farao genoemd.

Al-Khazneh, Siq, de Grote tempel en Ab Deir

De Zwitserse geoloog Johann Ludwig Burckhardt moet in 1812 een soort Indiana Jones-ervaring hebben gehad. Hij liep een steeds smaller wordende kloof in en stuitte op een onwerkelijk bouwerk: de Al-Khazneh-tempel, ook wel De schatkamer van de Farao. Vermoedelijk was het uit zandsteen geslagen bouwwerk een graftombe voor de Nabateense koning Aretas IV. De naam Al-Khazneh zou later gegeven zijn door bedoeïenen die geloofden dat een farao een Egyptische schat in de urn bovenop het 40 meter hoge bouwwerk verborgen hield. De theorie dat het vroeger een tombe was, is dan aannemelijker. Zo zouden volgens een mythe de vier stenen adelaars op de rand van de tempel zielen het hiernamaals in dragen.

Nog even over die kloof, genaamd de Siq. Die route naar de Al-Khazneh is ruim een kilometer lang, met links en rechts hoge, rode rotswanden, in ronde vormen geslepen door regenwater dat door de kloof raasde. Het is de enige toegangsweg naar het oude centrum van Petra. (Oke, toegegeven, je kunt ook omrijden met de auto. Minder spectaculair uiteraard.)

Het einde van de ruim een kilometer lange Siq-kloof.

Vervolg je de weg voorbij de Al-Khazneh-tempel, dan loop je vanzelf de Straat van Facade in. Links en rechts een aaneenschakeling van graven, je ziet de ingangen en decoraties nog duidelijk zitten in de rotsen. En dan is daar plots het Romeinse amfitheater, gevolgd door nog een enorme wand van sierlijke tombes.

Langs de hoofdweg staan overblijfselen van de Grote tempel van Petra. Experts vermoeden dat dit gebouw – met een door zuilen omringde binnenplaats – het bestuurlijke centrum van de stad was. De vondst van een klein theater met zitplekken – de oude raadszaal, vermoedt men – versterkt die aanname. In bijzalen ontdekten wetenschappers baden, niet ongebruikelijk in die tijd.

Overblijfselen van de centraal gelegen Grote tempel van Petra.

Heel Petra bestrijkt zo’n 260 vierkante kilometer. Een behoorlijk oppervlak, en dat betekent, als je alle hoogtepunten wil zien: wandelen. De Ab Deir bijvoorbeeld, ook wel Het klooster, ligt op een flinke voettocht bergop. Aanvankelijk was het een graftombe voor een oude Nabeteense leider. Later, na intreding van het christendom in de regio, diende de tempel als klooster. Qua bouw verschilt het niet veel van de eerdere genoemde Al Khazneh, de Ab Deir is wel tien meter hoger.

De vijftig meter hoge Ab Deir-tempel.

Over de King’s Highway, overnachten in Wadi Musa

Petra staat vol met nog veel meer tombes en archeologische vindplekken, te veel om hier allemaal te noemen. Aangeraden wordt om een aantal dagen te blijven. Met wandelschoenen ben je hikend van ruïne naar ruïne, van grot naar grot, zo twee volle dagen zoet. In het nabijgelegen stadje Wadi Musa zijn genoeg plekken om te overnachten. Tip: reserveer vooraf, het kan druk zijn. Jaarlijks bezoeken ruim een miljoen toeristen de vergane stad. Petra is ten slotte wel een van de zeven wereldwonderen. Vanaf Amman ben je per auto in ruim drie uur in Wadi Musa. Huur je een eigen wagen en neem je liever de oude King’s Highway, houdt dan rekening met een rit van een kleine vijf uur.

Wadi Musa is de ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan Petra.

Petra kun je het best bezoeken tussen april en november. Regen valt er dan haast niet, en de temperatuur ligt ergens tussen de 20 en 35 graden, met wat uitschieters uiteraard. In de zomermaanden, het hoogseizoen, is het uiteraard drukker. Want er is geen toerist die naar Jordanië reist en Petra overslaat. En zo lijkt er in al die eeuwen toch weinig veranderd.

Travelo gebruikt cookies. Bekijk ons cookiebeleid.

Doorgaan

Choose your country