Travelo Travelo

Landen

Jordanië

Moskeeën, tombes en tempels in de woestijn.

El Deir Petra Jordanië

In het woestijnzand van Jordanië staan veel verschillende voetstappen

Lang geleden al trokken door de woestijnen en bergen van Jordanië profeten met religieuze boeken onder de arm, bedoeïenen met kuddes geiten en handelslieden met karren vol koopwaar. In de broeierige steden en op de uitgestrekte vlakten vind je die geschiedenis nu nog steeds terug.

Van indrukwekkende moskeeën tot vergane tombes en tempels

Sla je boek maar open op pagina, tja, waar eigenlijk? Want vlieg je met timelapse terug in de tijd door het gebied dat nu Jordanië is, dan krijg je een overvolle geschiedenisles. Onmogelijk in één blokuur te vatten. Toch, om te begrijpen wat je allemaal in Jordanië aantreft, is het handig in grote lijnen in kaart te brengen wat er zich zoal afspeelde.

In het Jordaanse woestijnzand staan van oudsher de voetafdrukken van Arabieren. Arabische nomaden stichtten enkele honderden jaren v.Chr. de stad Petra en legden in die tijd de basis voor latere handelsroutes en pelgrimswegen. Door de eeuwen heen kwam veel ander volk voorbij. Zo lieten de Grieken en Romeinen tussen 300 v.Chr. en 600 n.Chr. veel sporen achter. Ze introduceerden het Christendom, bouwden kerken en andere herkenbare architectuur. Maar in het jaar 629 viel dat Byzantijnse Rijk uiteen en begon een islamitisch tijdperk (onder andere de vorming van het Umayyad-rijk), waarna de landen in de Levant in 1516 onder Ottomaanse vlag kwamen. De landsgrenzen van Jordanië zoals wij die nu kennen, kwamen in 1920 tot stand nadat de Britten en de Fransen het uiteengevallen Turkse rijk verdeelden. Transjordanië zoals het land toen heette, viel onder Brits mandaat en werd in 1946 de onafhankelijk staat Jordanië, grenzend aan Saoedi-Arabië, Irak, Syrie, Israel en de Westelijke Jordaanoever.

Wat je daar nu nog van terugziet? In het land wonen vrijwel alleen maar Arabieren (98%). Van de 100 inwoners zijn er 95 moslim en vier christen. En overal in het land vind je indruwekkende moskeeën, tombes, ruïnes van kerken en vergane middeleeuwse kastelen – en dan hebben we het nog niet eens gehad over de spectaculaire natuur.

Overblijfselen van de Tempel van Hercules in de Citadel, in het oude centrum van Amman.

Het moderne Midden-Oosten in Amman

In het soms onrustige geopolitieke landschap van het Midden-Oosten is Jordanië al decennia lang een relatief kalme oase – met hoofdstad Amman als middelpunt. De stad is gebouwd op diverse heuvels, een handige wegwijzer voor de vier miljoen inwoners. Op de hoogste heuvel ligt de Citadel. Een plek vol archeologische opgravingen en overblijfselen uit de Oudheid. Van hier bestuurden de Ammonieten ver voor het jaar nul hun koninkrijk, later bouwden de Romeinen er de Tempel van Hercules – zijn reusachtige hand ligt er nog – en lieten de islamitische leiders uit het bloeirijke Umayyad-tijdperk ergens tussen 700 en 750 een paleis bouwen dat er nog in behoorlijk goede conditie staat.

Vanaf de Citadel kijk je uit over de beige stad met al zijn minaretten en zie je even verderop in het oude centrum een Romeins amfitheater liggen, met plek voor 6.000 toeschouwers. Niet te missen. Ook de moeite waard is de Koning Abdullah-moskee, een kilometer verderop, met een fraaie koepel van lichtblauw mozaïek. Tijdens het gebed is ruimte voor zo’n 3.000 moslims. Toeristen mogen naar binnen, maar wel met hoofd en ledematen bedekt.

Denk je nu ‘wat een slaperige, slome stad’, dan zit je mis. Amman is levendig met veel drukte op straat. Wanneer mogelijk zitten de terrassen van cafés en restaurants vol, de kruidige thee staat op tafel uit te dampen en de geur van schaaltjes falafel, hummus en ful medames verspreidt zich door de straat. ‘s Nachts moet je op de daken zijn. Als de sterren komen, gaan de rooftop bars en lounges open. Daar zijn de mensen, uitgaan in clubs is in Amman minder populair dan relaxen met een borrelende waterpijp in een zoete shisha-bar. Amman is alles behalve een slaperige stad, je beleeft er het moderne Midden-Oosten.

Op straat in Amman, waar ’s avonds de lounges en shishabars populair zijn.

Zuidwaarts op de King’s Highway

De belangrijkste snelwegen in Jordanië lopen van het noordelijke Irbid langs hoofdstad Amman naar kustplaats Akaba, aan de Rode Zee. Sinds mensenheugenis is die route de slagader van de regio. Al vanaf 500 v.Chr. tot diep in de 15e eeuw reden kooplieden met hun waar heen en weer over de weg richting Egypte en andere delen van de Levant en trokken gelovigen massaal zuidwaarts richting Mekka of noordwaarts richting Jerusalem. Langs de route (nu snelweg 35) vind je van alles terug dat doet denken aan die tijd.

Uiteraard zijn er de velen kleine stadjes en dorpjes met lokale bevolking. Opvallend vaak aanwezig zijn overblijfselen van Romeinse bouwwerken. Vooral de tempel van Artemis en de lanen met Griekse zuilen in de stad Jerash, vijftig kilometer ten noorden van Amman, bleven al die eeuwen goed bewaard. Hier en daar staan ruines van kastelen uit de middeleeuwen, met name de stad Kerak is fraai en het Qasr Al-Azrak, in de woestijn ten oosten van Amman, is bekend. De Britse generaal en schrijver T. E. Lawrence (van de film ‘Lawrence of Arabia’ ja) zou er tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben gebivakkeerd. Op allerlei plekken langs de koningssnelweg, zoals in Jerash, Petra en Madaba, stuit je op archeologische vindplaatsen met mozaïekvloeren, lang geleden neergelegd door de Romeinen. Een ander veelbezocht bedevaartsoord is Al-Maghtas, aan de Jordaanrivier, de (vermoedelijke) doopplaats van Jezus. Rijd verder naar het zuiden en je komt vanzelf bij de drie plekken die de meeste toeristen trekken: de Dode Zee, Petra en de Wadi Rum-woestijn.

Route 35, vroeger de King’s Highway, die dwars door Jordanië gaat.

Drijven op de Dode Zee

Het had weinig gescheeld of je had over het water van de Dode Zee kunnen lopen. Met een zoutpercentage van 33% – het derde zoutste meer ter wereld – laat het water je moeiteloos drijven. Reden voor vrijwel iedere toerist in Jordanië om er even rond te dobberen. Kun je ook gelijk zeggen dat je op het laagste punt op aarde bent geweest, ruim 400 meter onder zeeniveau.

De Dode Zee is ook populair vanwege de helende werking van de mineralen in het water en de modder. Toeristen smeren zich in met de modder en spoelen zich schoon in het zoute water. Verjongd en verfrist stappen ze het strand weer op. We willen de druk op een bezoek niet opvoeren, maar de Dode Zee verdwijnt langzaam. Door de hitte (gemiddeld hoog in de 30 graden) en geringe regenval verdampt het water. Vers water uit de rivier De Jordaan houdt de zeespiegel ook niet op peil vanwege waterwinningsinstallaties die omringende landen hoger stroomopwaarts plaatsten. Water in de Jordaan-vallei is een gewild goed.

De branding van de Dode Zee is wit uitgeslagen door het hoge zoutgehalte van het water.

Petra, wereldwonder tussen de rotsen

Rijd je vanaf de Dode Zee zuidwaarts over de King’s Highway, de rode woestijn in, kom je vanzelf het plaatsje Wadi Musa tegen. Daar in de buurt, tussen de rotsen in een grote kloof, ligt een van de zeven wereldwonderen verstopt: de oude stad Petra.

Zeker 200 v.Chr., misschien zelfs zo vroeg als 400 v.Chr, vestigden de Nabateeërs – een nomadische Arabierenvolk – zich hier. Ingenieus dat ze waren, legden de bedoeïenen waterwegen aan tussen de rotsen voor landbouw. Hun huizen hakten ze uit het rode zandsteen. Petra bloeide op door de gunstige ligging: aan de belangrijkste handelsroutes in de regio. Op het hoogtepunt, ergens in de eerste eeuw n.Chr., had Petra zo’n 20.000 inwoners. De herkenbare Al-Khazneh-tempel was toen net af. De Romeinen namen de stad over in het jaar 106, hielden hem in stand en bouwden een groot amfitheater, maar de aftakeling zette in. Handelsroutes liepen leeg door de opkomst van zeevaart. En in het daaropvolgende islamitische tijdperk zakte Petra langzaam weg in de vergetelheid, de woestijn nam de stad weer over. Tot de Zwitser Burckhardt Petra in 1812 herontdekte.

Jaarlijks bezoeken ruim een miljoen toeristen de uit de rotsen gehakte huizen en tombes. Het is een wonderlijk tafereel, geen wonder dat UNESCO Petra op de Werelderfgoedlijst plaatste.

De Al-Khazneh-tempel in de oude stad Petra is uit het rode zandsteen gehakt.

Woestijnleven in de Wadi Rum-vallei

Verder zuidwaarts over de King’s Highway, op twee uur rijden van Petra, ligt nog een gebied dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat: de Wadi Rum-woestijn. Deze wadi, de Arabische term voor vallei, is met een oppervlakte van 720 vierkante kilometer de grootste van Jordanië. En nee dus, dit zijn geen recente foto van Mars. Deze plek ligt op aarde, en al sinds de prehistorie wonen er mensen, voornamelijk nomaden.

De Nabateeërs, stichters van Petra, trokken eeuwen geleden al over de uitgestrekte vlakten en zochten beschutting tussen de rotsen. Grottekeningen en overblijfselen van een tempel zijn het bewijs. De Britse schrijver en militair T.E. Lawrence doorkruiste begin 20ste eeuw tijdens de Arabische Revolutie de vallei en verbaasde zich over de ‘gigantische rode wanden’. Indrukwekkend zijn ze. De tinten rood zijn duizelingwekkend. De roodbruine en dan weer beige rotsformaties steken aan alle kanten uit het felrode, soms oranje zand. Een heet en genadeloos gebied, waarin leven haast onmogelijk lijkt.

De Wadi Rum-vallei in Jordanië wordt vaak gebruikt als set voor films over de planeet Mars.

Toch leven er nog steeds bedoeïenstammen in de woestijn. Waar zij precies van leven? Toerisme. Sinds in 1962 de film Lawrence of Arabia – net als overigens The Martian, Aladdin en meerdere Star Wars-films – hier werd opgenomen, is Wadi Rum een populaire reisbestemming. Diverse organisaties bieden trips aan waarmee je kunt overnachten bij de bedoeïenen in de woestijn – in vaak vrij luxe tenten, alhoewel het ook old school kan. Met een gids ga je de vallei door, op een kameel, in een jeep of te voet. Klimmen, sandboarden of gewoon wandelen, er zijn opties genoeg. ‘s Nachts bij terugkeer in het tentenkamp is de lichtblauwe lucht ingewisseld voor een donkere hemel met miljoenen sterren.

De zogeheten Mushroom Rock in de Wadi Rum-vallei.

Arabische roadtrip door Jordanië

Hoe nu al deze plekken af te gaan? Per bus kom je overal wel aan. Zitplaatsen in minibusjes kunnen worden geboekt, een prima manier om je door het land te laten rijden. Nadeel is wel: je bent gebonden aan tijdschema’s. De avontuurlijkere variant is: zelf een auto huren. Zo kom je in je eigen tempo op de mooiste plekken. In Jordanië nemen ze de verkeersregels wellicht iets minder nauw dan je in Westerse landen gewend bent. Onderdeel van het avontuur, zullen we maar zeggen. Los daarvan zijn de wegen probleemloos te rijden. De afstanden zijn niet gigantisch. In een kleine vijf uur rijd je van Amman naar Akaba. In steden als Amman ligt veel op loopafstand, anders is een taxi geen gek idee.

Overnachten in Jordanië kan goed in hotels, hostels of flinke resorts in bijvoorbeeld Akaba en bij de Dode Zee. Van te voren reserveren wordt aangeraden, zeker als je in het hoogseizoen reist. En check altijd even de opties op Airbnb, daar zitten een paar pareltjes tussen. Zo boek je overigens ook eenvoudig een tent in de Wadi Rum-woestijn.

De beste tijd voor een bezoek aan Jordanië is in de periode van april tot en met november. Dan regent het vrijwel niet en liggen de temperaturen overdag tussen de 20 en 35 graden. Ja, het kan warm worden, we zitten ten slotte in het Midden-Oosten. Toch zal het aanvoelen als een hete zomer aan de Middellandse Zee, zeker in de noordelijkere regio’s. Zon en warmte, dat heeft het land in de aanbieding. Maar, leuk weetje: in Jordanie sneeuwt het gemiddeld 1 dag per jaar. Of het blijft liggen is een tweede, wellicht in de bergen in de woestijn, waar het ‘s nachts soms flink afkoelt. Hoe dan ook: in Jordanië wacht een avontuurlijke Arabische roadtrip.

Travelo gebruikt cookies. Bekijk ons cookiebeleid.

Doorgaan

Choose your country