Travelo Travelo

Steden

Reykjavik

Vissersstad tussen ijskoud zeewater en gloeiende aarde.

Het centrum van Reykjavik staat vol met gekleurde huisjes.

Reykjavik, de noordelijkst gelegen hoofdstad ter wereld, heeft een ongekende achtertuin

De walvissen moeten gek opgekeken hebben toen de Noorse zeevaarder Arnarson rond 874 vanaf zijn schip voor de kust twee houten balken te water liet. Twee totems, als eerbetoon aan de Noorse god Thor. Waar ze zouden aanspoelen, zou Arnarson aan land gaan en zich vestigen. De houten palen dreven een baai (een vik) binnen waar rook (reykur) uit de grond kwam, van de geisers. Arnarson noemde de plek: Reykjavik, rookbaai.

Tweehonderd jaar later, na komen en gaan van allerlei zeevaarders, richtten nakomelingen van Arnarson en andere naar IJsland gevluchte Noorse stamhoofden in Thingvellir (nabij de kloof tussen de twee tektonische platen) de eerste vorm van het nu nog bestaande IJslandse parlement op. In de eeuwen daarna viel de stad (en het land) in handen van onder meer de Noren en de Denen, waarna Reykjavik vanaf halverwege de 18de eeuw onder de Deense koning uitgroeide tot volwaardige vissersstad. Sinds 1944 is IJsland officieel onafhankelijk, met Reykjavik als hoofdstad.

Zo’n 200 duizend mensen - dat is tweederde van alle IJslanders - wonen nu in en rondom Reykjavik, het politieke, economische en culturele centrum van het land. Inwoners leven van en werken in het toerisme, de visserij en lokale industrieen. Een vriendelijke stad, met een interessante geschiedenis, die gewend is aan kou en duisternis, een uitgezet vissersdorp tussen ijskoud zeewater en beeldschone natuur. 

Hallgrimskirkja-kerk
De Hallgrimskirkja torent boven de IJslandse hoofdstad uit.

Hallgrimskirkja, walvisspotten en street food

De IJslanders omarmen de kou. Ze zijn niet bang voor water. De heetwaterbronnen zijn beroemd, denk aan de Blue Lagoon, op driekwartier rijden van de hoofdstad. Maar ook niet-natuurlijk water trekt de IJslander. In Reykjavik alleen zijn zeven (!) zwembaden. Het Sundhöllin-bad bijvoorbeeld, strak en minimalistisch vormgegeven, in 1937 bedacht en getekend door staatsarchitect Guðjón Samúelsson.

Samúelsson ontwierp ook het opvallendste gebouw van Reykjavik: de Hallgrimskirkja. De architect baseerde de kerk op de door gestold lava gevormde basaltrotsen die her en der op het eiland te vinden zijn. In een stad met vrijwel alleen laagbouw kijkt de 74 meter hoge kerk soeverein uit over de omgeving. Een kort liftritje omhoog en je ziet wat de kerkklokken iedere dag zien: gekleurde daken, de zee en de bergen.

Grotta vuurtoren
De Grotta-vuurtoren even buiten Reykjavik.

Beneden op straat, onder de kerk, is het knus. Het centrum leeft, een gezellige sfeer. Aan de hoofdstraat liggen winkels, restaurants, hotels en cafes. Reykjavik staat bekend om het street food. Zo zijn er verschillende kraampjes waar je typisch IJslandse snacks kunt halen, zoals de lokale hotdogs van Bæjarins Beztu, en sinds 2017 is er een ware food hall. Verspreid door de stad, waarin overigens vrijwel alles op loopafstand is, staan typisch Scandinavische houten gekleurde huisjes. Leuke opdracht tijdens het wandelen: zoek straatkunst, Reykjavik staat er vol mee. Loop je uiteindelijk de hele hoofdstraat af dan eindig je min of meer in de oude haven waar klassieke visserboten dobberen.

In de haven kun je een kans grijpen walvissen in het wild te zien. Vanuit Reykjavik vertrekken verschillende walvistours. Drie uur de zee op, op zoek naar bultruggen en dwergvinvissen. Misschien zwemt een orka voorbij de boot. Niet ver van de haven ligt een andere fraaie plek van Reykjavik: de Grotta-vuurtoren. De idylische vuurtoren staat vrijwel geisoleerd op een landtong even buiten de stad. Weinig licht rondom, en dat maakt het een gunstige plek om het noorderlicht te zien. De natuur is nooit ver weg in Reykjavik. Blijkt ook uit ecologisch observatiecentrum Perlan, waar – in een van de opvallendste gebouwen van de stad, uitkijkend op de universiteit van Reykjavik – de natuur het museum wordt binnengehaald.

Reykjavik oude haven
De oude haven van Reykjavik, waarvandaan walvisexcursies de zee op gaan.

Geen verkeerde achtertuin

Na de economische crisis van 2008 nam het toerisme in Reykjavik (en de rest van IJsland) een flinke sprong. Vlogen er in 2003 nog 300 duizend toeristen naar het eiland, in 2018 waren dat er bijna 2 miljoen. Ze komen met name voor de natuur. En niet ver van Reykjavik bevinden zich al enkele uitzonderlijke natuurverschijnselen, in de Golden Circle.

De Golden Circle is een route van zo’n 300 kilometer in het zuidwesten en midden van IJsland langs allerlei bijzondere natuur. Drie plekken vallen op. Het uniekste punt is Thingvellir Natural Park. Belangrijkste attractie: de Thingvellir-kloof. Links en rechts zijn meters hoge donkere rotsen, daartussenin ligt een wandelpad. Je loopt er midden tussen twee aardkorsten: de Noord-Amerikaanse en Euraziatische tektonische plaat. Rond het jaar 1000 hadden de toenmalige stamhoofden al door dat het een bijzondere plek was. In de buurt van de kloof kwamen ze bijeen en vormden daar de eerste variant van wat IJsland nu hun parlement noemt. Een opmerkelijke samenkomst van zowel de geologische als politieke geboorte van IJsland. Een deel van de kloof dat onder water staat, is een bekende duik- en snorkelplek. Hier daal je af in het diepe, ijskoude water tussen de twee tektonische platen.

De Thingvellir-kloof is een van de hoogtepunten in de Golden Circle.
Thingvellir Natural Park, met links de kloof tussen de tektonische platen.

In de Golden Circle vinden we ook de Gullfoss. Een krachtige waterval waar het water zich trapsgewijs een kloof in stort. Makkelijk te bereiken met de auto en eenvoudig naartoe te wandelen.

Overal op IJsland zijn geisers en dampende heetwaterbronnen, maar in de Golden Circle liggen er twee met uitzonderlijke kracht: de Geysir en de Strokkur. Diep onder de grond begint kokendheet water te borrelen, het kan nergens heen en spuit met volle kracht de lucht in door een gat in het aardoppervlak, soms wel tientallen meters de lucht in. Tektonische platen, watervallen, geisers, de inwoners van Reykjavik hebben geen verkeerde achtertuin.

Romantische winters, frisse zomers

Op zo’n 45 minuten rijden van Reykjavik ligt de internationale luchthaven Keflavik. Vanaf Schiphol duurt de vlucht ruim drie uur en dan zit je in de noordelijkst gelegen hoofdstad ter wereld. En op het vliegveld merk je het direct: dat levert geen hoge temperaturen op. De gemiddelde temperatuur in de IJslandse hoofdstad ligt ‘s winters rond het vriespunt en ‘s zomers rond de 11 graden. Het zeeklimaat maakt het weer behoorlijk wisselvallig, check altijd even het weerbericht voor je op pad gaat.

Wanneer je er het beste heen kunt, hangt af van je voorkeuren. In de winter tovert de sneeuw een vakantie in Reykjavik om in een romantische citytrip. In de maanden november tot en met eind februari is het op IJsland niet langer licht dan tussen de 4 en 10 uur per dag. Daar moet je mee om kunnen gaan. Anders is de zomer prima. Fris ja, maar goed om te wandelen en gezellig druk.

Choose your country