Travelo Travelo

Landen

IJsland

Waar ijs en lava samensmelten.

De Kirkjufell-berg bij noorderlicht in het westen van IJsland

Op IJsland gaan ijs en lava perfect samen

Fluister ‘IJsland’ in het oor van een geoloog of aardrijkskundedocent en het hart slaat op hol. Nergens op aarde liggen water en vuur zo dichtbij elkaar als op dit eiland tussen Europa en Groenland. Hier bereikt het binnenste van de planeet het aardoppervlak – en dat levert zeldzaam fraaie natuur op.

Water en vuur zeg je? Maak daar maar ijs en lava van. IJsland bestaat grotendeels uit vulkanische rotsen en bergen die her en der onder enorme gletsjers liggen verstopt. En die bodem lijkt constant in beweging. De Vatnajökull-gletsjer mikt geregeld een ijsrots het water in, zo de zee op. Actieve vulkanen ‘slapen’, maar grommen soms. Overal op het eiland borrelen heetwaterbronnen en modderpoels, spuwen geisers heet water meters de lucht in. Op de stranden kleurt het zand zwart door lava dat zich mengt met zeewater. Tussen de rotsspleten op de hoogvlakten ontsnapt zwaveldamp. Watervallen en wilde rivieren slijpen langzaam diepe kloven in het land. Grijs en mistig kan het zijn, een sneeuwstorm als je mazzel hebt, of de lucht is kraakhelder, met ‘s winters vrij spel voor het noorderlicht.

Heel IJsland drijft op de geologische krachten uit de grond. Met het hete water en stoom wekken de IJslanders energie op. Op diverse locaties staan geothermische energiecentrales die warmte uit de grond omzetten in elektriciteit en huizen voorzien van verwarming. Een schone en onuitputtelijke manier van energiewinning.

IJslands geologische krachten kleuren het landschap op indringende wijze. Oranje hoogvlakten, groene heuvels, turquoise meertjes, witte ijsrotsen en zwarte stranden. Soms liggen die plekken enigszins verstopt, vaak liggen ze slechts op een steenworp afstand van de grote ringweg van IJsland.

De Vatnajökull-gletsjer, waar de ijsschotsen richting zee drijven.
De Vatnajökull-gletsjer, waar de ijsschotsen richting zee drijven.

Gletsjers, lavarotsen en papegaaiduikers

Waar haalt IJsland die aardkrachten vandaan? Twee antwoorden. Het noordelijkste puntje van het land bevindt zich binnen de poolcirkel en het eiland ligt dwars op een breuk in de aardkorst. Al miljoenen jaren schuiven hier de Euraziatische en Noord-Amerikaanse tektonische platen jaarlijks enkele milimeters van elkaar af. De breuklijn is duidelijk te zien tussen de rotsen in Thingvellir National Park, in een deel van de kloof die is ontstaan legden de IJslanders een wandelpad aan, in een ander deel, de Silfra-kloof, stroomt een wilde rivier die uitmondt in rustiger water (en IJslands grootste meer), waar ongeevenaard gedoken en gesnorkeld wordt. Die plek, en eigenlijk heel IJsland, is een bedevaartsoord voor de docent aardrijkskunde en spektakel voor iedere natuurliefhebber.

De oranje weiden in de Diamond Circle.
De oranje vlakte waar stoom uit de grond komt in Hverir.

Die aardkorstvallei bevindt zich in IJslands ‘gouden cirkel’, de Golden Circle, een route van bijna 300 kilometer, niet ver van Reykjavik, langs natuur die zich flink uitslooft met de onstuimige Gullfoss-waterval en de waterspuwende Geysir- en Strokkur-geiser. Zulke geisers zijn op diverse plekken in het land te vinden, net als warmwaterbronnen, heitir potar, noemen de IJslanders ze. Een van de bekendste is de tussen lavagesteente gelegen Blue Lagoon. Beroemd door het wit uitgeslagen water en de zwarte rotsen, maar ook door het luxe spa-resort dat ondernemers eromheen bouwden. Het kan ook minder groots, overal op het eiland liggen baden te wachten. Zoals de Secret Lagoon, die heet water krijgt van een driftig borrelend geisertje achter de plas. Dus: vergeet in IJsland nooit zwemkleding, je kunt altijd op een waterpoel stuiten.

De waterspuwende Geysir in de Golden Circle.
De waterspuwende Geysir in de Golden Circle.

Rijd over grote weg tegen de klok in het eiland rond en je komt vanzelf de mooiste plekken tegen. Het vulkanische landschap springt zo de wagen in. Op twee uur van Reykjavik ligt de Eyjafjallajokull-vulkaan te ‘slapen’, in 2010 barstte die nog uit en legde met een grote aswolk vrijwel al het Europese vliegverkeer stil. Net als bij andere (grotere) vulkanen in de omgeving houden wetenschappers de activiteit goed in de gaten. De aanwezigheid van deze vulkanen en de nabijheid van lava levert langs de kust mooie dingen op. Zoals het strand van Reynisfjara, waar het zand zwart is gekleurd door gekruimeld lavasteen. Basaltrotsen, die vorm krijgen door stolling van lava, omringen het strand. De rotspilaren in de branding zijn ook opmerkelijk, de IJslander met voorliefde voor mythologie zal je vertellen dat het vroeger trollen waren, die schepen het land op sleepten.

Het zwarte zand van Reynisfjara, met links de basaltrotsen.
Het zwarte zand van Reynisfjara, met links de basaltrotsen.

Over het geologische hoogtepunt van IJsland zijn de meningen verdeeld, want naast het in het oog springende vulkanisme heeft het eiland: gletsjers, veel gletsjers. Ondanks zorgwekkende krimp van het ijs, door klimaatverandering, blijven ze indrukwekkend. Het ijsmassief van de Vatnajökull bijvoorbeeld, de op een na grootste gletsjer van Europa (ruim 8.000 km²). Geroemd om de ijsgrotten, bewonderd om de diverse gletsjertongen die hij uitsteekt, met overigens schitterende namen. We noemen er een paar: Svinafellsjökull (die diende als set voor de film Interstellar), Fjallsjökull (waar je via de fjallsárlón-boottocht dichtbij het ijs kan komen), Skeiðarárjökull en Breiðamerkurjökull. Deze laatste eindigt in een groot meer, Jökulsárlón, waar afgebroken ijsrotsen voorbijdrijven richting de oceaan. Even verderop spoelen de blokken ijs aan, op Diamond beach, waar ze (in de winter) als juwelen blijven liggen in de zwarte branding.

Aangespoelde ijsrotsen op Diamond Beach.
Aangespoelde ijsrotsen op Diamond Beach.

In dit natuurgeweld sneeuwt een bulderende waterval al snel onder. Toch verdienen die net zo veel aandacht, ze zijn ten slotte wel het gevolg van al die gletsjers. De makkelijk bewandelbare Gullfoss is het bekendst. Trapsgewijs stort het water de diepte in. Vergelijkbaar qua kracht is de Dettifoss, staand ernaast wordt een mens akelig klein. De zestig meter hoge Sejlalandfoss (uniek omdat je er achterlangs en onderdoor kunt lopen) en Skogafoss (ligt vrijwel direct aan de hoofdsnelweg) zijn ook niet gering. En vergeet de Goðafoss, de ‘godenwaterval’, trouwens niet. Het zijn er bijna te veel om op te noemen. Een aanrader: parkeer de auto even bij de Hengifoss. In de zwarte rotswand achter deze sierlijke 118 meter hoge waterval zitten horizontale strepen van rode klei.

De 118 meter hoge Hengifoss-waterval.
De 118 meter hoge Hengifoss-waterval.

Zonder bergschoenen is de IJslandse vakantieganger vrijwel kansloos. Hiken kan hier uitstekend. Bij de Laugerfell-waterval bijvoorbeeld: wandelen bovenlangs een kloof met links in de diepte de rivier en rechts de uitgestrekte hoogvlakte. In het gebied rond het Mývatn-meer, waar overigens in de Grjótagjá-grot een bekende scene uit Game of Thrones werd opgenomen, waant de wandelaar zich bij vlagen op een andere planeet. Verspreid in het oranje landschap met witte sneeuwvlakken van Hverir liggen felgekleurde heetwaterbronnen, pruttelende modderpoels en ontsnapt zwaveldamp uit scheuren en spleten in de aarde. Niet ver daarvandaan ligt de tweeduizend jaar oude Krafta Viti-krater. Eén kilometer doorsnede. De krater van zwart gesteende is bovenop de rand rond te lopen, met mooi uitzicht op het turquoise meertje binnenin de kom. Dit gebied is onderdeel van de ‘diamanten cirkel’, de Diamond Circle, de noordelijke tegenhanger van de natuurroute in het zuiden.

De geothermale poels van Hverir in het gebied rond het Mývatn-meer.
De geothermale poels van Hverir in het gebied rond het Mývatn-meer.

Eigenlijk is het overal op IJsland mooi wandelen. Soms ruig, soms overzichtelijk. Zo ligt de Fjaðrárgljúfur-kloof, een soort The Hobbit-achtige vallei, vlak langs de hoofdweg. Prima tussenstop. Wilder is het op het onherbergzame schiereiland Westfjorden – ook wel: Vestfirðir. In dat noordwestelijk gelegen gebied zijn nog meer bergen, watervallen en uitgestrekte vlaktes. Daarvandaan op de weg terug naar Reykjavik passeer je een landtong met de herkenbare Kirkjufell-berg – lijkt op een tovenaarshoed. In de omgeving staan diverse gekleurde kerkjes. Zeer IJslands.

De mens is in ondertal op IJsland. Het eiland behoort toe aan de dieren – en niet de minste. IJsland is bekend van de ‘IJslander’, een paard. Zo’n 77 duizend lopen er rond. Een andere blikvanger: de papegaaiduiker, een soort combinatie tussen een pinguin en een toekan. Op een grote rots niet ver van het noordoostelijke visserdorp Borgarfjörður Eystri liggen de papegaaiduikers braaf te wachten. Op IJsland kun je de mogelijkheid walvissen te zien niet laten gaan. Rondom het hele eiland zwemmen 23 verschillende soorten. De bultrug, potvis, blauwe vinvis en orka zijn het bekendst. Vanuit het noordelijke Húsavík gaan walvissafari’s de zee op. Het hele jaar door is de spotkans vrij groot, met de meeste zekerheid tussen april en oktober. Orkaliefhebbers moeten naar Grundarfjörður in het westen, tussen januari en maart verzamelen groepen orka’s zich daar en gaan op jacht naar haring.

Papegaaienduikers aan de kust bij Dyrhólaey, niet ver van het strand bij Reynisfjara.
Papegaaienduikers aan de kust bij Dyrhólaey, niet ver van het strand bij Reynisfjara.

Een rondreis door de kou

Hoe kom je op al die plekken? Op de internationale luchthaven Keflavik zit je vrijwel direct in Reykjavik. Vanuit de hoofdstad zijn er meerdere opties, afhankelijk van verblijfsduur en kosten. Bussen rijden over het eiland, maar eigen vervoer huren wordt aangeraden. Dan ben je vrijer. Het huren van een relatief goedkope personenauto ligt voor de hand, overnachten kan dan in hotels en hostels of op campings in een meegenomen tentje. Op zoek naar het grote avontuur? Huur dan een four wheel drive-jeep, dan is er geen weg die je niet meer durft te nemen. Zeker in de winter, wanneer de wegen minder goed begaanbaar zijn, is een 4WD geen slecht idee. Een tussenoptie is het huren van een campervan. Slapen en koken vanuit het busje, overnachten op een camping, het komt in de buurt van een nomadenbestaan. Een avontuur.

Een orka bij Olafsvik aan de westkust van IJsland.
Een orka bij Olafsvik aan de westkust van IJsland.

Wanneer kun je er het beste heen? Dat hangt ervanaf. De IJslandse zomers zijn het populairst. Perfect weer om te hiken (gemiddelde temperatuur rond de 15 graden, warmer dan 25 graden wordt het zelden), alle wegen en bijzondere plekken zijn goed bereikbaar. Maar het is ook hoogseizoen, de drukste periode van het jaar, en druk kan het worden. Een bezoek in de herfst of de lente is een alternatief: lagere prijzen, minder druk, maar wel de kans dat sommige wandelpaden gesloten zijn vanwege de weersomstandigheden. ‘s Winters is die kans nog groter en kan het – goh – erg koud worden (veel sneeuw en ijs, met een gemiddelde temperatuur die schommelt rond het vriespunt). Belangrijk: tussen begin november en eind februari heeft IJsland tussen de 4 en 10 lichturen per dag. De wintermaanden zijn ook de perfecte periode om het noorderlicht te zien, en de ijsgrotten. De kans het noorderlicht te zien is het grootst in de periode van oktober tot maart. Met mazzel verschijnen de groene slierten ook in september en april. Het spektakel vindt meestal plaats tussen 21:00 uur ‘s avonds en 01:00 uur ‘s nachts.

Choose your country