Colombia

San Andres

(11)

Energiek Colombiaans en relaxed Caraïbisch

San Andres

San Andres is een beetje Colombia in de Caraïbische Zee

Als de piloot na uren vliegen het eiland San Andres door zijn raampje ziet, moet hij toch even concentreren. Het langgerekte eiland midden in de Caraïbische Zee is klein – op veel plekken niet breder dan de landingsbaan lang is. Geen zorgen, dat heeft de piloot ook niet en de eilandbewoners al helemaal niet. Want op San Andres hangt een gemoedelijke, energieke sfeer. Een fraaie combinatie van de Colombiaanse cultuur en de Caraïbische levensstijl.

Ruim 700 kilometer ten noordwesten van Cartagena gaan inwoners van het Colombiaanse vasteland op zoek naar rust. Hier komt de Colombiaan – een lang weekend of een echte vakantie – voor ontspanning op witte stranden, onder groene palmbomen, in kraakhelder water, tussen tropische vissen. Op zoek naar het gemoedelijke en relaxte Caraïbische dagelijks leven – de mensen hebben geen haast, praten onderling soms nog Engels creools –, nemen ze hun eigen energieke cultuur mee en maken ze het koraaleiland uniek: energiek Colombiaans en relaxed Caraïbisch.

Waarom veel Colombianen daarheen gaan? San Andres hoort bij Colombia. Begin 19e eeuw werd het eiland zoals veel andere Latijns-Amerikaanse landen (door Simon Bolivar) van de Spaanse overheersing bevrijd en bij Groot-Colombia gevoegd, waar Colombia onderdeel van was. Drie eeuwen daarvoor stuitten Europese ontdekkingsreizigers als eerst op het koraaleiland. Toen het begin 17e eeuw in Britse handen viel, noemden de Engelsen het Saint Andrew. Later stonden ze het af aan de Spanjaarden. Nog een andere groep zeevaarders eigende zich het eiland in meer of mindere mate toe: piraten. De bekende Welshe piraat Henry Morgan beschouwde het als zijn thuishaven. Het gerucht gaat dat een op de Spanjaarden buitgemaakte schat nog ergens op of rond het eiland (of buureiland Providencia) verborgen ligt – in een grot onder water.

Duiken, La Loma en kerk uit 1847

Mocht die mythe kloppen, dan had een groep duikers de schat inmiddels wel ontdekt. Want duiken en snorkelen is de grootste bezigheid op San Andres. Het stikt van fabelachtige duiklocaties, met op de zeebodem 85 verschillende soorten, onberispelijk koraal. Ruim 35 locaties durven we te zeggen. Een paar springen eruit. Op ruim een kilometer van de kust ligt het eiland Johnny Cay. Zo’n 50 meter breed en 100 meter lang, omringd door schitterend wit zand en turquoise blauw water. Kan zo in een film. Leguanen zijn er meer dan mensen, want die liggen allemaal in het water – zigzaggend door het koraal. Drie andere opties om de duikbril op te zetten, zijn La Piscinita – een natuurlijk ‘zwembadje’ aan de westkust –, Haynes Cay – een klein rotseiland zonder strand ten oosten van het eiland, bekend om de vele roggen – en het nabijgelegen Cayo El Acuario – een kleine zandbank met kalme zee waar in alle rust naar felgekleurde vissen gekeken kan worden.

Ook ’s avonds bruist het in San Andres. Uitgaan kan in de hoofdstad San Andres, wat de locals ‘El Centro’ noemen. In de nacht maakt rustige reggaemuziek van overdag plaats voor wat hardere reggaeton en salsa. Het bezige dorpje verdient geen schoonheidsprijs, maar de wat ruigere uitstraling geeft wel karakter. Een blik in het rustige leven van de eilandbewoners geeft het dorpje La Loma. Het landinwaarts gelegen gehucht is een van de meest traditionele plekjes (meer Caraïbisch dan Colombiaans) van het eiland. Niet in de laatste plaats door de opvallende witte kerk uit 1847. Aan de oostkust ligt het rustige dorpje San Luis, met authentieke houten huisjes. Snorkelen kan daar ook, maar de zee is wat aan de wilde kant.

Rondom het eiland gaat een 30 kilometer lange ringweg die langs allerlei kleine strandjes, dorpjes en grote of minder grote hotels gaat. Op het zuidelijkste puntje van het eiland komt de route langs Hoyo Soplador. De moeite waard om te stoppen want met de juiste windrichting en golfhoogte spuit daar water soms wel 20 meter de lucht in door een klein gat in de koraalrotsen. Als een soort geiser.

Gustavo Rojas Pinilla, scooters en golfkarretjes

Op satellietbeelden is één strakke, rechte lijn te zien in het noorden van San Andres. Dat is de startbaan van de internationale luchthaven Gustavo Rojas Pinilla. Dagelijks landen er vluchten vanuit Bogota, Medellin, Cartagena en andere grote steden in buurlanden. Vanaf het vliegveld stijgt ook twee keer per dag een klein propellervliegtuigje op richting het noordelijker gelegen Providencia.

Bewegen over het eiland kan goed met scooters. Genoeg bedrijfjes verhuren ze. Anders zijn er ook golfkarretjes te huur. Even wennen, maar een geestig avontuur.

Strakblauwe lucht

San Andres heeft geen seizoenen. Althans, niet zoals Nederland die kent. Dat komt doordat San Andres niet ver van de evenaar af ligt. De afstand tot de zon verandert het hele jaar nauwelijks. En dat betekent: de temperatuur blijft haast altijd hetzelfde. De gemiddelde temperatuur op San Andres is 27 graden, en duikt zelden of nooit onder de 20 graden.

Wel valt aan te raden tussen december en april te gaan. Hoogseizoen is het dan – iets drukker dan normaal misschien – maar lekker weer is een zekerheid. Andere maanden van het jaar (mei tot en met november) is het namelijk regenseizoen: wel warm, maar meer wolken, minder zon en – zoals de naam suggereert – heel veel regen. Geen aanrader. Want boven wit zand, groene palmen en turquoise zee hoort een strakblauwe lucht en volle zon.