Colombia

Providencia

(11)

Authentiek eilandleven op de Caraïben.

Providencia

Providencia, rustig leven midden op de Caraïbische Zee

Zo ver het oog reikt, is het blauw. Bovenop het hoogste punt van het Colombiaanse eiland Providencia – een bijna 400 meter hoge berg – lijkt de oceaan over te gaan in de lucht. Is het Colombiaanse vasteland niet zichtbaar? Nee, dat bevindt zich 700 kilometer (!) naar het zuidoosten. Providencia ligt midden in de Caraïbische Zee. Druk en snel is het bestaan niet, rust staat hier voorop. Een plek waar wifi geen garantie is en vanaf de veranda’s Caraïbische muziek klinkt. Op dit relatief onontdekte pareltje bestaat nog het authentieke, langzame eilandleven van de Caraïben.

Het water is de grootste vriend van de inwoners van Providencia. Het levert wat werk op, houdt de mensen in leven. Zo nu en dan vullen de witte zandstranden met felgroene palmen en turquoise blauwe zee zich met toeristen. Ecotoerisme. Hier geen hoge flats of krankzinnige resorts, wel sfeervolle ecologische hutten op een steenworp afstand van de golven. Sommige bewoners bouwden een gastenverblijf aan hun huis – tekenend voor de gastvrijheid en vriendelijkheid van de locals. Over het algemeen spreken zij gewoon Spaans en hun paspoorten zijn Colombiaans, maar daar houdt de invloed van Colombia wel op. In de straten klinkt vaak de lokale Engels creoolse taal, zoals veel eilanden in de Caraïben dat hebben, een overblijfsel van de geschiedenis.

Rond 1500 gooiden de eerste Europeaanse schepen hun ankers uit voor de kust. Na meerdere decennia in Spaanse handen te zijn geweest, zagen de Britten begin 17de eeuw wel wat in het eiland en namen het over – vandaar de Engelse invloeden. Uit tabaks- en katoenplantages haalde men toen het inkomen. Met enige regelmaat verschenen piratenschepen aan de horizon. Tijdens de Latijns-Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd begin 19e eeuw gebruikten piraten het eiland enkele jaren zelfs als vluchtplaats, tot het in handen viel van Groot-Colombia – waarvan het land Colombia, zoals wij dat nu kennen, onderdeel was.

El Pico, koraalriffen en palmstranden

Even terug naar het hoogste punt van Providencia: de berg El Pico. Na een wandeltocht van zo’n 1,5 uur wacht op bijna vierhonderd meter boven zeeniveau een panoramisch uitzicht over het zeven kilometer lange en vier kilometer brede eiland. In het noordwesten doemt Santa Catalina op: een kleiner eiland met fraaie kliffen en verlaten strandjes, allemaal op loopafstand.

Een kwartslag naar rechts en de groene bergkam waarachter het Parque Nacional Natural McBean Lagoon ligt, komt in beeld. Dit beschermde natuurgebied in het noordoosten van Providencia heeft mangroves en ecologische wandelpaden. Onderdeel van het park is Cayo Cangrejo: een klein, hoog eilandje op enkele honderden meters uit de kustlijn. Zonder ligstrand, maar het is dankzij schitterende koraalriffen en tropische 'tekenfilmvissen' wel een duik- en snorkelparadijs.

Old Providence of Isla Providencia, zoals de lokale bevolking het eiland noemt, heeft één ‘grote’ rondweg. Geen feilloos aangelegd asfalt, maar de twintig kilometer lange route is prima begaanbaar. De weg leidt (linksom) langs verschillende baaien. Van het rustige Almond Bay en Bahia Aguadulce, langs de filmische lijn palmbomen op Bahia Suroeste, naar het wilde Bahia Manzanillo met wat ruigere zee. Uiteindelijk verschijnen rechts langs de weg weer het Parque Nacional Natural McBean Lagoon en het vliegveld.

Oversteek per propellervliegtuig of catamaran

Op vliegveld El Embrujo – dat slechts 1 landingsbaan heeft – landt twee keer per dag een proppellervliegtuig met niet meer dan 20 zitplaatsen, afkomstig van het nabijgelegen eiland San Andres. Alleen daar vandaan is Providencia te bereiken. Vanaf het Colombiaanse vasteland gaan geen directe vluchten naar Aeropuerto El Embrujo. Een tussenstop op het internationale vliegveld Gustavo Rojas Pinilla op San Andres is nodig om vervolgens over te stappen op een (niet goedkope) ruim twintig minuten durende vlucht naar Providencia.

Maar er is nog een manier om op het eiland te komen – een manier voor mensen met zeebenen. Vijf dagen per week vertrekt vanaf San Andres een catamaran noordwaarts richting Providencia. Negentig kilometer over open zee. Zo’n vier uur lang op de golven. Een flink avontuur, want de oceaan houdt zich niet altijd gedeisd. Pillen tegen zeeziekte zijn geen overbodige luxe.

Waarom Providencia niet enorm toeristisch is? Dit is het antwoord. Makkelijk bereikbaar is het eiland niet, niet iedere toerist wil de moeite nemen (of het geld uitgeven) voor de oversteek – en precies daarom is Providencia nog zo authentiek.

Gemiddeld warmer dan 25 graden, let op het regenseizoen

Providencia ligt iets boven de evenaar. Dat heeft tot gevolg dat de temperatuur het hele jaar niet onder de 20 graden komt. Gemiddeld geeft de thermometer tussen de 25 en 30 graden aan. Tel daar een verfrissend eilandbriesje bij op en een dag aan zee kan niet beter.

Wel heeft het eiland te maken met regenseizoenen. Dan blijft de temperatuur hoog, maar is er veel bewolking en regenval. De regenperiode begint in juni en eindigt rond begin november. Van eind december tot en met eind april is reizen naar Providencia het fijnst.