Colombia

Ciudad de Perdida

(14)

Een avontuur uit een stripverhaal.

Ciudad de Perdida

Op zoek naar de ‘verloren stad’ ofwel Ciudad de Perdida

Diep in de jungle van Noord-Colombia ligt een verlaten stad. Tussen overwoekerend mos, lianen en reusachtige planten door zijn de eeuwenoude zorgvuldig aangelegde paden en trappetjes van Ciudad Perdida nog goed te zien. Meer dan 150 terrassen van opgestapelde stenen tegen de steile berghelling aan gedrukt. Zo’n 1200 jaar geleden bestuurden de Tayrona-indianen van hieruit hun grondgebied, wasten hier hun kleding. De jungle van de Sierra Nevada de Santa Marta hield deze ‘verloren stad’ lang geheim. Sinds kort is de onherbergzame plek bereikbaar – door een avontuur uit een stripverhaal.

Hemelsbreed ligt La Ciudad Perdida slechts 38 kilometer van de grote kustplaats Santa Marta – en toch verschijnt er geen ‘snelste weg’ bij een routeverkenning in Google Maps. Sterker nog: er verschijnt helemaal géén route. Over onherbergzaamheid gesproken. Auto’s kunnen hier niet rijden, vliegtuigjes onmogelijk landen. Te veel bergen, te dicht begroeid. Alleen met een meerdaagse wandeltocht is de stad te bereiken.

In het jaar 800 – ter vergelijking; Machu Picchu in Peru ontstond pas 650 jaar later – bouwden de Tayrona-indanen de eerste nederzettingen in elkaar van Teyuna, zoals ze de stad vroeger noemden. Op het toppunt moeten er 2000 tot 4000 mensen hebben gewoond. Het middelpunt van het leven van de Tayrona’s. Wetenschappers schatten dat die originele bewoners de stad na de komst van Spaanse kolonisten in de 16e eeuw massaal verlieten. Ruim 350 jaar bleef het gebied toen onbewoond. De jungle nam het stadje over. In 1972 pas werd de ‘verloren stad’ teruggevonden. Voor een deel groeven archeologen de stad uit. Een klein deel, want 90% ligt nog bedekt.

Inwoners heeft Ciudad Perdida niet. In de omgeving leven wel afstammelingen van die originele Tayrona-indianen (de Wiwa en Kogi onder anderen), in kleine gemeenschappen, grotendeels afgeschermd van het moderne leven buiten de bergen en de jungle. Hun grootouders wisten allang af van het bestaan van het dorp, voor hen is de ‘verloren stad’ nooit verloren geweest. Expres hielden ze het geheim, bang dat het een reusachtige stroom toeristen zou aantrekken. Toeristen komen er wel, maar niet in grote getalen. Wellicht dat de uitdagende wandeltocht voor sommigen een te hoge drempel is.

Slapen midden in het oerwoud

Hoe vaak doet de kans zich voor een soort Indiana Jones/Kuifje-achtige expeditie te ondernemen? Dagen lopen door de jungle, afgesloten van de buitenwereld, richting een verlaten stad. Een mogelijkheid die eigenlijk niemand mag laten liggen. De bestemming is uitzonderlijk, en de wandeltocht is op zich al een belevenis. Tours vertrekken vanuit de havenstad Santa Marta. Na een korte autorit naar het dorpje El Mamey volgt een lunch en begint de tocht, in groepen van maximaal 15 mensen inclusief een gids. Vier (kan ook in vijf) dagen banjeren dwars door de Colombiaanse jungle. De route is iets minder dan 45 kilometer lang, heen en terug over hetzelfde pad, bergop en af, vaak stijl, soms wat vlakker. De paden kunnen modderig en glibberig zijn. Wandelstok meenemen, is geen slecht idee. Net als antimuggenspul overigens. Maar ga ook weer niet te zwaar bepakt. Want uitdagend is het zeker, zware benen zijn een garantie. Desondanks is het goed te doen, voor mensen van verschillende leeftijden en fitheidsniveaus.

Uitzichten over jungle-bergen, wilde riviertjes, dichtbegroeide paden en huisjes van de lokale bewoners komen voorbij. Schrik niet van een bewapende militair op de route; zij zijn er om de route veilig te houden en de lokale bevolking te beschermen. Na wandeldagen van vier tot zes uur staat in het kamp een bed (of hangmat) met klamboe klaar om op neer te ploffen. Snel na het avondeten – allemaal geregeld – valt de nacht over het kamp, wordt het donkere regenwoud met alle dieren en insecten wakker en komt het besef: we zitten echt midden in de jungle.

Op dag 2 (of 3) doemt dichtbij een rivier plots een stenen trap op. Zo’n 1200 treden hoger ligt Ciudad Perdida. De beloning voor het zwoegen door de natuur? Een reis terug in de tijd. Diep in het woud ligt een complex netwerk van plateaus, stenen bruggetjes, waterafvoersystemen en andere constructies. Tastbaarder dan dit wordt geschiedenis niet. En dat alles in een oogverblindend tableau van snikhete, broeierige of dampende jungle – afhankelijk van het seizoen.

Modderig of broeierig

Ciudad Perdida ligt in de Sierra Nevada in Noord-Colombia. De dichtstbijzijnde grote plaats en de beste uitvalsbasis voor de tocht naar de ‘verloren stad’ is Santa Marta. Daar een hostel nemen, een tour boeken en de jungle in gaan, is de beste optie. Santa Marta is goed bereikbaar met de bus. 

Hoe moeilijk de wandelroute is, hangt af van het weer. Omdat Santa Marta dichtbij de evenaar ligt, zijn er geen seizoenen zoals wij die kennen hoger op het Noordelijk halfrond. De gemiddelde temperatuur ligt rond de 26, 27 graden. Een tropisch klimaat, waar het zowel heel droog als heel vochtig kan worden. Er zijn namelijk regen- en droogteseizoenen. Het regenseizoen start begin mei en loopt eind november op z’n eind. Van december tot en met april is het droog.

Het verschil in neerslag heeft invloed op de route. In het regenseizoen kunnen de paden modderig zijn en de Buritaca-rivier, die meerdere keren wordt doorkruist, behoorlijk wild. Voor reizigers die niet vies zijn van een modderige wandeling door de jungle is het regenseizoen de overweging waard. In september is de route overigens vanwege het weer helemaal gesloten. Die maand is Ciudad Perdida niet bereikbaar.

De beste reistijd is het droogteseizoen, tussen december en april. De paden zijn goed begaanbaar en de rivieren niet te wild. Warm is het wel. Verwacht temperaturen rond de 30 graden. Dat maakt de pittige wandeling door het broeierige oerwoud nog net wat uitdagender.