Colombia

Cabo de la Vela

(21)

Turquoise lagunes, beige woestijn, roze flamingo's.

Cabo de la Vela Colombia

Groot avontuur omringt Cabo de la Vela

Geen bereik. In de Guajira staat dat vaker linksboven op het telefoonschermpje dan reizigers misschien willen. Zo’n 180 kilometer verwijderd van de laatste grote stad is er niet veel. Bij vertrek uit het drukke Riohacha doemt al snel de uitgestorven woestijn op. Dorre vlaktes met zand, zo ver het oog reikt. Hier en daar een cactus. Een bestaan opbouwen lijkt hier niet ideaal en toch wonen er mensen. De Wayuu-indianen (en hun voorouders) lukt het al eeuwen, vrijwel geheel afgezonderd van de wereld - al wordt dat minder. 

In 1499 kwamen hier de eerste spanjaarden aan land. Vanaf het water hadden de natuurlijke vormen van de kust iets weg van zeilschepen. Niet voor niets dus dat Cabo de la Vela ‘kaap van de zeilen’ betekent. De Wayuu-stam die nu in het gebied leeft, bestaat uit nakomenlingen van de eerste indianen die de Spanjaarden tegenkwamen. Een indianenvolk, bekend van de kleurrijke gewoven tassen, dat leeft van het land en het (eco)toerisme. Het bestaan van die mensen speelt zich af in en rondom het Caribisch kustdorpje Cabo de la Vela. Voor de indianen is het heilige grond - een blik op de omgeving laat zien waarom.

Vanwege de indrukwekkende natuur trekken steeds meer toeristen het noorden van Colombia in. Cabo de la Vela is waar ze terecht komen. Er staan bakstenen huizen en hostels met daken van stro en golfplaten, waarvan de elektriciteit uit een generator komt. Wifi werkt alleen als het er zin in heeft. Klinkt niet heel aantrekkelijk? De zee is er turquoise, het achterland volledig beige woestijn, met hier en daar een betoverende groenblauwe lagune vol roze flamingos. In dat tableau verschenen de laatste jaren steeds meer hostels. Niet moeilijk voor te stellen hoe mooi het uizicht is vanuit een hangmat op een van de veranda’s. Vanaf die hangmat dient zich een opmerkelijk uitzicht aan. Tientallen vliegers van kitesurfers zweven als enorme vogels door de lucht.

Wind- en kitesurfen en de tocht naar Punta Gallinas

Een van de redenen dat veel toeristen naar Cabo de la Vela gaan, zijn de ideale wind- en kitesurfomstandigheden. Vrij ver de zee op is het water nog steeds niet te diep. En er staat wind, veel wind. In enkele hostels hangt een fijne surfvibe en er is zelfs een wind- en kitesurfschool.

Voor de niet-surfers is er ook genoeg te doen. Je kunt de waaghalzen goed zien na een hike de pylon-achtige berg Pilon de Acuzar op. De 95 meter hoge berg is heilig voor de Wayuu. De zonsondergang schijnt van een andere planeet te zijn. Uitrusten kan op het nabijgelegen strandje Playa del Pilon.

Een andere, kortere hike naar de vuurtoren van El Faro is ook een aanrader. Ligt op slechts enkele kilometers van Cabo de la Vela. Vanaf het dorpje gaan trouwens meer wandelingen. De woestijn in bijvoorbeeld, een interessante manier om de Wayuu-cultuur - met hun landbouw, veeteelt en zoutvelden - te leren kennen. Doe de lokale bevolking en jezelf een plezier en koop een mochila, een handgemaakte, kleurrijke tas.

Cabo de la Vela is nog vanwege een andere reden populair: als tussenstop op weg naar Punta Gallinas. Cabo is het laatste dorpje op de route naar het noordelijkste puntje van het continent. Een hobbelige jeeprit door surrealistisch landschap leidt naar deze magische plek.

Warmte, wind en misschien een zandstormpje

Maar eerst is het zaak de weg naar Cabo de la Vela te vinden. Dat kan het best vanuit Riohacha. Riohacha is een vrij groot stadje aan de kust in de streek Guajira. Het is er nog best druk, er is zelfs een vliegveld. Daar vandaan gaan tours nog veder noordwaarts. Een chauffeur rijdt backpackers met een personenauto of jeep naar Uribia. Daar op het martkplein, overigens de laatste plek om geld te pinnen, is het wachten op het vertrek van de eerstvolgende ‘vracht’ nog noordelijker. Niet gek opkijken als een kleine vrachtauto met enkel nog plek in de laadbak voor komt rijden. Instappen en gaan. De woestijn door. Op naar Cabo de la Vela.

De beste periode in het jaar om deze reis te doen, is tussen december en maart. Dan is het droogteseizoen. Andere maanden, met name september en oktober valt hier veel neerslag, het is dan regenseizoen. Dit gebied is het mooist met blauwe lucht. Liever doorhobbelen op een harde weg, dan vast komen te zitten in de woestijnmodder.

Geen zorgen over de temperatuur. Colombia ligt haast op de evenaar en dat betekent dat de temperatuur weinig schommelt. De gemiddelde temperatuur hangt rond de 26 graden. De minima en maxima zijn 20 en ruim boven de 30 graden. Goed nieuws voor de surfers: waaien doet het er bijna het hele jaar door. Lenzendragers opgepast. Wellicht stuit de stoet met auto’s onderweg op een zandstormpje, dat maakt het avontuur van La Guajira juist zo groot.